Koellastberekening
Een korte mededeling over koellastberekeningen, omdat we hier de afgelopen weken veel vragen over hebben gekregen. Enkele uitgangsprincipes:
- De koellastberekening volgens bijlage AA moet aanwezig zijn bij de vergunningaanvraag. Deze moet correct zijn ingevuld, maar jullie hoeven als adviseur niet te controleren of het benodigde koelvermogen ook daadwerkelijk wordt geleverd door de te plaatsen installatie en het afgiftesysteem.
- Bij oplevering moet deze berekening wél in het dossier aanwezig zijn, maar ik lees niet dat deze getoetst moet worden aan de hand van de gerealiseerde situatie.
- Zelfs als blijkt dat de geleverde installatie, bijvoorbeeld met vloerkoeling, het benodigde koelvermogen níet kan leveren, is de ingediende koellastberekening daarmee niet fout, en jouw BENG-berekening ook niet.
Tot zover de theorie. Het is goed om dit scherp te hebben en te houden.
Wat er nu gebeurt:
De klant en/of de kwaliteitsborger constateert dat er onvoldoende koelvermogen aanwezig is in één of meerdere ruimtes en legt dit vervolgens bij jou neer. Dat is begrijpelijk, maar tegelijk mag dit niet van je worden gevraagd. Je hebt voldaan aan ISSO 82.1 en dat is voldoende.
Voor alle duidelijkheid: ik snap de verwarring volledig. Want waarom maken we deze berekening anders? Het idee is dat de installateur met de AA-berekening in de hand de installatie van de woning ontwerpt, zodat de oververhitting die er kennelijk is, kan worden tegengegaan.
Inmiddels weten we uit de praktijk dat vloerkoeling in veel gevallen onvoldoende koellast kan leveren, vooral in ondiepe ruimtes. Het is dan ook aan te bevelen om in de ontwerpfase eerst te kijken naar zonwerende beglazing en/of screens om de koellast te verminderen.
Als goede EP-adviseur die BENG-berekeningen opstelt, vind ik dat je hierin zelf aan de bel moet trekken en niet zomaar een BENG-berekening inclusief koellastberekening moet afgeven, maar je opdrachtgever hierover moet informeren. Eerlijk toegegeven: Wij hebben dat in het begin ook vaak nagelaten. Op internet zijn eenvoudig vuistregels te vinden voor de koellast die door vloerkoeling kan worden geleverd; deze kun je vergelijken met de uitkomsten van je koellastberekening.
Hoe hiermee om te gaan als je in discussie bent?
- Wees helder over je eigen verantwoordelijkheid en geef tegelijk aan dat je begrijpt dat dit voor de borger of opdrachtgever onduidelijk kan zijn.
- Geef aan dat de BENG-berekening niet fout is omdat de koellast onvoldoende kan worden geleverd; alleen vanuit comfortoogpunt is er sprake van een probleem.
- Je kunt meedenken door bijvoorbeeld de thermische massa nauwkeurig te bepalen (bijlage B, NTA 8800), waardoor de koelbehoefte mogelijk afneemt. Het toepassen van een folie van 3M (bcrg.nl) kan ook een optie zijn, maar let erop dat de garantie van de kozijnen gewaarborgd blijft.
- Je kunt adviseren om een GTO-berekening te laten opstellen; ook binnen ons netwerk zijn hiervoor verschillende partijen beschikbaar.
Hoe dit vooraf duidelijk te communiceren?
- Leg in je offerte en opdrachtbevestiging duidelijk vast dat je niet verantwoordelijk bent voor het behalen van de koellast zoals berekend in de koellastberekening.
- Probeer te voorkomen dat je een AA-berekening moet maken, bijvoorbeeld door rondom een ggl van 0,40 toe te passen.
- Vermeld op de uitdraai van de koellastberekening expliciet dat je niet verantwoordelijk bent voor de realisatie hiervan. NB: Dit staat ook al standaard bovenaan iedere koellastberekening in de tool van RvO!
- Adviseer aanvullende maatregelen als blijkt dat er (veel) meer koellast nodig is dan kan worden geleverd, en maak hierbij gebruik van vuistregels.
Reageren of niet mee eens? Doe dat hieronder in de comments: